hindriks architecten
<<- Terug

“ meneer, ik kan u aansteken, want er zit een lontje op uw hoofd.” Zei het zoontje van de groenteman tegen me… Het zijn precies die voorbeelden, die perfect illustreren hoe onbevangen het brein van kinderen is. Toen ik bezig was met het ontwerp voor de dagopvang en peuterspeelzaal heb ik mij gerealiseerd, dat het gebouw een onderkomen, een vervangend thuis is voor kinderen, die daar 5 dagen in de week, de gehele dag “wonen”. Dat is essentieel. De kinderen wonen er de hele dag. Vijf dagen in de week. Daarmee is gezegd, dat het niet de taak is van deze opvang om een vertierpaleis, een pretcentrum te zijn. In een pretcentrum woon je niet. Dar ga je naar toe, incidenteel, als je jarig bent bijvoorbeeld. Het dagverblijf is een woning. De groepsruimten er in zijn woonkamers, geen lokalen. Woonkamers zoals huis, met plekken van harmonie, rust en activiteit. Het dagritme kan er ongestoord plaats vinden, met alle ontdekking en onderzoek, alle veilig- en geborgenheid die daarbij hoort. Essentieel voor de ontwikkeling in de eerste levensjaren. Het verkennen van afstand en dichtbij, variatie in controle en deugnieterij. Het huiselijk leven in al haar rijkdom. En dan de hal. Een voor kinderen immense, hoge, smalle, soms brede hal, met diversiteit aan afmetingen, materialen, acoustieken, die uitnodigt tot en ruimte biedt aan gedoe. Een buitenruimte binnen, waar – zoals ik dat bij mijn eigen kinderen heb ervaren – het ritselend licht door het bladerdak valt. Zo biedt het totale gebouw ruimte voor bewoning, in al haar facetten.